NEDERLANDSE VERSIE

VERSION FRANCAISE

Medische rubriek.

Informatie op deze pagina mag slechts worden overgenomen of gekopieërd mits schriftelijke toestemming van Cattery Terenshof, en mits bronverwijzing.

mail Cattery Terenshof

 

Onderwerpen :

Bloedgroepen bij katten.

FIP : Feliene Infectieuze Peritonitis

Diarree : Giardia infecties.

Tritrichomonas foetus infectie als oorzaak voor chronische diarree bij de kat.

Niesziekte

Toxoplasmose

Schimmel : Microsporum Canis

Zwemmertje

PKD

Onze cattery werkt samen met de rijksuniversiteit van Gent : cel onderzoek FIP

Dominique Olyslaegers (dierenarts)
Annelike Dedeurwaerder
Leslie Bosselier (dierenarts)
Ben Vermeulen
Lowiese Desmarets (dierenarts)
Sabine Gleich (duitstalig; dierenarts)
dr. Evelien Vanhamme

dr. Hannah Dewerchin

Bloedgroepen bij katten.

 

Feline Neonatal Isoerythrolysis of Fading Kittensyndroom.

Een nest kittens zien wegkwijnen, en de diertjes binnen de twee dagen na hun geboorte zien aftakelen, is ongeveer het ergste wat een kattenfokker kan overkomen.

Toch hebben vele brits kortharenfokkers dit meegemaakt, totdat men ontdekte dat de poes, doordat zij een ander bloedtype had, onbedoeld haar kittens met haar melk doodde.

Dit probleem doet zich vooral voor bij de britse rassen, omdat bijna 60 % van deze katten bloedgroep B heeft. Het kan echter ieder ras treffen.

Als de bloedgroep van de kat bekend is kan dit zijn/haar leven en dat van de kittens redden.

Welke bloedgroepen hebben katten ?

De katten kunnen in wezen twee bloedgroepen hebben : A en B, in zeldzame gevallen ook AB.

De bloedgroep van de kat hangt af van de proteïne aan de buitenkant van de rode bloedcel.

Net zoals bij de mens is het voor katten belangrijk dat je bij een bloedtransfusie het goede bloedtype krijgt.

Wanneer je het verkeerde type bloed toedient zal het immuunsysteem hierop reageren met alle gevolgen van dien.

Wat is Feline Neonatal Isoerythrolysis?

Feline betekent : katten.

Neonatal betekent : jongeborene.

Isoerythrolysis betekent : vernietiging van de rode bloedcellen.

Dit is de aandoening die kittens krijgen wanneer ze een ander bloedtype hebben dan hun moeder. Via de melk krijgen ze antistoffen tegen hun eigen rode bloedcellen binnen, waardoor hun rode bloedcellen worden verwoest. De kittens krijgen geelzucht, bruine urine, en sterven zeer snel. In minder ernstige gevallen valt het tipje van de staart af.

Een nestje kittens met neonatal isoerythrolysis.

Ze hebben gele neusjes, en het witte katje heeft een bloederig staartje.

Het pootje van het kitten is geel door de geelzucht.

Hoe voorkom je Feline Neonatal Isoerythrolsis? (Verder vermeld als FNI)

Laat de bloedgroep van je kat bepalen en ook van de kat waarmee je haar gaat laten paren.

De kat kan als bloedgroep A of B hebben afhankelijk van het genentype :

GENENTYPE

BLOEDGROEP

AA

A

bb

B

Ab

A

Zoals je merkt heeft en deel katten met bloedgroep A ook het b gen.

Welke combinaties we krijgen zie je in onderstaande tabel :

POES

KATER

KITTENS

A (AA)

A (AA)

A (AA)

A (AA)

A (Ab)

A (AA) of Ab)

A (AA)

B (bb)

A (Ab)

Geen gevaar voor FNI voor de kittens daar zij dezelfde bloedgroep als hun moeder hebben.

POES

KATER

KITTENS

A (Ab)

A (AA)

A (AA) of (Ab)

A (Ab)

A (Ab)

A (AA) of (Ab) of B (bb)

A (Ab)

B (bb)

A (Ab) of B (bb)

Geen gevaar voor FNI voor de kittens daar zij dezelfde bloedgroep hebben als hun moeder


POES

KATER

KITTENS

B (bb)

A (AA)

A (Ab)

Gevaar voor FNI !!!!!! de kittens hebben niet dezelfde bloedgroep als hun moeder.

B (bb)

A (Ab)

A (Ab) of B (bb)

Gevaar voor FNI voor de kittens met A (Ab) zij hebben niet dezelfde bloedgroep als hun moeder.

B (bb)

B (bb)

B (bb)

Het testen van het bloed van de kittens bij hun geboorte.

Bij de risicocombinaties kan een druppel van het bloed van de navel worden gebruikt om het bloedtype van het kitten te bepalen, en te beoordelen of het bij de moeder mag drinken of niet.

Wanneer het kitten niet hetzelfde bloedtype heeft als zijn moeder is het beter het de eerste 16 uur niet bij de moeder te laten drinken, en het die periode kunstmelk te voeren. Na die 16 uur is het betrekkelijk veilig het kitten bij de moeder te laten drinken ook al heeft die een ander bloedtype.

De darmen van het pasgeboren kitten zijn namelijk alleen de eerste 16 uur permeabel voor antistoffen in het colostrum (de eerste moedermelk).

Volgens statistieken (BSH lijst op Internet) zijn er volgens ras katten met bloedgroep B:

Abessijn / Somali

22 %

Heilige Birmaan

16 %

Brits Korthaar

59 %

Devon Rex

43 %

Pers

22 %

Scottish Fold

15 %

Artikel Inge Muyldermans,

Samengesteld uit volgende bronnen :

www.dr-addie.com

www.bcfvzw.be

Terug naar boven

 

 

FIP :Feliene Infectieuze Peritonitis

Een groot taboe in de kattenwereld !

Voorwoord.

In de catterywereld is FIP een woord dat zeer moeilijk kan worden uitgesproken.

Wanneer bij een cattery een kat, of een verkocht kitten sterft aan FIP, wordt dit meestal met de grootste omzichtigheid verborgen gehouden, uit angst een blaam over de cattery te krijgen.

Deze handelswijze wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een gebrek aan correcte informatie en de vele, vele bakerpraatjes rond dit onderwerp.

In de hoop dit taboe te kunnen doorbreken probeerde ik wat verduidelijkende gegevens op een rijtje te zetten.

De geraadpleegde bronnen hiervoor zijn :

www.dapsirius.be

www.dr-addie.com

Graag mijn dank aan : dr. Delphine Criel (dierenarts, werkzaam in dierenartspraktijk Sirius te Mechelen)

aan dr. Gerda Van De Werf (dierenarts werkzaam in dierenartspraktijk Sirius te Mechelen.)

en aan de dr. Els Cornelissen labo virologie Rijks Universiteit Gent

voor het nalezen en becommentariëren van deze tekst.

•  Wat is FIP ?

FIP is een belangrijke doodsoorzaak bij katten.

De ziekte wordt veroorzaakt door het coronavirus.

Bijna alle katten zijn drager van dit coronavirus. Het virus vermenigvuldigt zich binnenin de kat, en tijdens deze vermenigvuldiging kan er af en toe iets fout gebeuren, waarbij het virus muteert. Door zulke mutaties ontstaat het eigenlijke FIP-virus dat de kat zwaar ziek kan maken. (Je zou het kunnen vergelijken met kanker bij de mens: al onze cellen vermenigvuldigen zich, en als hierbij een fout gebeurt kan een ‘slechte' cel zich verder delen en een tumor veroorzaken.)

Men spreekt van Feliene (kat) Infectieuze (ontsteking) Peritonitis (buikvlies).

Deze benaming is niet helemaal correct omdat het niet een ontsteking is van het buikvlies zelf, maar een ontsteking van de bloedvaten (vasculitis) die in het buikvlies lopen.

Waarom het FIP virus bij de ene kat wel ontstaat en bij de andere niet is duidelijk.

De ziekte kan zich in twee vormen voordoen :

 

•  Natte FIP.

Dit is de acute vorm van deze ziekte. In dit geval zijn vele bloedvaten beschadigd.

Wanneer dit in de buikholte voorkomt zwelt de buik op door buikwaterzucht (ascites).

Bij beschadiging van de bloedvaten in de borstholte, lekt er vocht in de borstholte en krijgt de kat ademhalingsproblemen. De verdere symptomen zijn : koorts, verlies van eetlust, vermageren, geelzucht en bloedarmoede.

De algemene toestand van de kat gaat zeer snel achteruit. Ze heeft nog enkele dagen tot hooguit weken te leven nadat ze FIP heeft gekregen.

 

•  Droge FIP.

Dit is de chronische vorm van de ziekte. Aanvankelijk zijn er vage klachten zoals verminderde eetlust, karakterveranderingen, sloomheid, verminderde activiteit. Er doet zich ook hier geelzucht voor die je kan waarnemen aan de binnenkant van het ooglid en de oren, die er geel uitzien. Vele katten vertonen eveneens symptomen in de ogen : de iris (het gekleurde deel rond de pupil) verandert van kleur en heeft vaak een troebel uitzicht.

Bij zowel droge als natte FIP heeft de ziekte een dodelijke afloop.

De verkleuring van de iris en het troebel aspect van de ogen

Bron : www.dr-addie.com

 

•  Dragers van het coronavirus.

84 % van alle katten (dit zijn bijna alle katten!!!!!) is drager van het coronavirus.

In catteries zou 5% van de dragers FIP ontwikkelen (hoewel het moeilijk is om hier een % op te plakken).

Aangezien bijna alle katten drager zijn levert het bepalen van het aantal antistoftiters tegen dit virus geen eenduidige informatie.

Een kat met FIP heeft hogere titers, doch een perfect gezonde kat kan even hoge titers hebben zonder daarom FIP te hebben.

 

•  Hoe verloopt de besmetting met het coronavirus ?

Het coronavirus wordt uitgescheiden via de ontlasting, neus- en ooguitvloei.

Bij besmetting met het coronavirus, dat op zich een onschuldig virus is zijn er geen ernstige gevolgen, de kat kan soms wat braken of wat diarree van voorbijgaande aard hebben.

 

•  Onderzoek en behandeling.

Het bloedonderzoek dat wordt gedaan om diagnose FIP te kunnen stellen geeft ((slechts voor 90 %)) geen 100% zekerheid rond het vermoeden van FIP. De diagnose zelf kan pas na een autopsie worden vastgesteld (dus na het overlijden van de kat).

Er zijn een aantal andere aandoeningen die eveneens deze symptomen geven, dus het is wel belangrijk dat de dierenarts alle mogelijkheden onderzoekt.

Tot nog toe is er geen behandeling voor FIP. Door het toedienen van medicatie kan men het verloop wel vertragen, maar ook dit vertraagde verloop wordt gevolgd door het overlijden van de kat. Een reden om toch wel na te denken of onze huisvriend een onnodige lijdensweg moet ondergaan, en hier de beslissing te nemen welke voor U het meeste in aanmerking komt.

 

•  De FIP-vrije cattery ???????

In realiteit bestaat deze cattery niet. Theoretisch gezien kan men proberen een cattery coronavrij te maken door 0,0 antivirustiters scorende katten in de cattery op te nemen en het aantal katten beperkt te houden.

In de praktijk houdt dit dan ook in dat men deze cattery volledig van de buitenwereld moet afschermen. (je katten in een glazen bokaal ?????)

Immers kattenshows, buitendekkingen, bezoekers die ook katten hebben zijn uit den boze omdat de kat daar sowieso een coronabesmetting van oploopt. Eveneens wanneer je kittens de cattery verlaten lopen ze elders corona op.

Het is een straatje zonder einde…………

 

•  Hoe kan je het risico verkleinen dat het coronavirus muteert naar het FIP virus ?

•  Minimaliseer de stress bij de kat. Beperk het aantal nieuwkomers in de cattery. Laat voldoende tijd tussen nesten.

•  Maximaliseer de voeding.

•  Maximaliseer de kattenbakhygiëne.

 

•  Is de fokker verantwoordelijk wanneer een kat FIP krijgt ?

Neen, tenzij de kat al ziek was op het moment dat ze verkocht werd. (Wat zeer snel na de verkoop zo duidelijk worden.)

Niemand kan voorspellen noch voorkomen of een kat FIP ontwikkelt.

Sommige fokkers geven een garantie van één jaar op FIP bij aankoop van een kittten. Dit is iets wat de fokker zelf bepaalt. Wel is het belangrijk dat de fokker zijn standpunt hierin duidelijk maakt zodat latere discussies kunnen worden vermeden.

Immers goede afspraken maken goede vrienden ……

 

•  Wat kan je eventueel doen wanneer je de pech hebt dat je kat FIP ontwikkelt ?

Gezien er wetenschappelijk nog niet veel tegen FIP te beginnen is, is het belangrijk het onderzoek hierrond te ondersteunen. In universiteiten moet men bij gebrek aan studiemateriaal gezonde katten besmetten en FIP laten krijgen om een oplossing voor het probleem te kunnen zoeken!

Sta me toe jullie te vertellen wat er gebeurde toen mijn 8 maanden oude o zo lieve katertje FIP kreeg :

Nadat het bloedonderzoek en de symptomen uitwezen dat er 90 % kans op FIP was (hij vertoonde ((ook)) de kenmerken van droge FIP), had ik een gesprek met mijn dierenarts rond de onderzoeken naar FIP. Ik besloot de wetenschap te helpen een middel naar FIP te zoeken.

De dierenarts regelde alles met de RUG (Rijksuniversiteit Gent), en de volgende dag bracht ik mijn katertje naar de praktijk waar een heel vriendelijke juffrouw van het onderzoeksteam te Gent me opwachtte. Ze gaf me verduidelijkende uitleg over wat er met mijn katertje zou gebeuren. Hij zou meegaan naar Gent en daar onmiddellijk worden geëuthanaseerd op dezelfde manier als bij de dierenarts, waarna onmiddellijk de autopsie zou volgen. Immers wanneer het katje bij de dierenarts zou inslapen en daarna naar de universiteit moeten vervoerd worden, zouden belangrijke organismen die moeten onderzocht worden onderweg afsterven . Ik begreep dit heel goed en nam afscheid van mijn katertje. Enkele dagen later vernam ik dat men heel veel belangrijke informatie rond wat er zich in zijn lichaampje afspeelde had kunnen verzamelen. Dit was voor mij een grote troost, ik was hem sowieso kwijt, maar nu had zijn dood een betekenis. Zijn dood helpt andere katten in de toekomst te beschermen. Hij is niet voor niets gestorven.

 

•  Besluit.

Je ziet, zowel voor dierenarts, fokker als eigenaar is FIP een enorm frustrerend probleem. Men kan de ziekte niet voorkomen, niet genezen en een juiste diagnose stellen is vaak heel moeilijk, een vaccin geeft zo goed als geen bescherming……………………

Vele fokkers, en sommige eigenaars krijgen vroeg of laat met FIP te maken.

Wordt het niet de hoogste tijd dat we dit grote taboe doorbreken en deze ziekte meer openheid geven en bespreekbaar maken……………………..

Artikel samengesteld door Inge Muyldermans.

Terug naar boven

 

Diarree bij kittens :

Giardia infecties.

 

 

 

De rol van Giardia-infecties bij diarree.

Inleiding

Wanneer groepen katten in dichtbevolkte situaties worden gehuisvest, zoals in catteries, kunnen infectieziekten en parasieten eerder problemen veroorzaken. Hoe groter het aantal dieren (overbevolking), des te groter wordt de kans dat stress een rol gaat spelen en de dieren gevoeliger worden voor infecties. Vooral parasieten, waarvan de eitjes direct besmettelijk zijn voor andere dieren, kunnen dan een rol gaan spelen. Hiervan is een eencellig zweepdiertje (protozo) Giardia duodenalis (ook G. intestinalis of G. lamblia genoemd) een voorbeeld. Deze parasiet bevindt zich in het maagdarmkanaal en veroorzaakt hier verstoringen bij de vertering en de absorptie van voedingsstoffen. Het darmepitheel wordt aangetast en er treedt diarree op. Giardia vermeerdert door tweedeling elke 12 uur en wordt 1 tot 2 weken na infectie weer uitgescheiden met de ontlasting in de vorm van zeer resistente cysten. De infectie vindt weer plaats door opname van deze cysten van plekken waar ontlasting mee in contact is gekomen.

Giardia-infecties

Men heeft de indruk dat er steeds vaker problemen met diarree in catteries wordt gezien. De kans is groot dat dit wordt veroorzaakt door Giardia. In de literatuur wordt gemeld dat ongeveer 5% van de kattenpopulatie besmet is met Giardia (in Nederland 2%), maar dat dit percentage in catteries tot wel 10 keer hoger kan liggen! Het merendeel van de de infecties verloopt symptoomloos, zoals bij oudere katten die weerstand hebben. Het zijn vooral de jonge dieren (kittens) die grote hoeveelheden stinkende, lichtgekleurde, waterige diarree kunnen produceren. Meestal chronisch, soms met afwisselende periodes. Vanzelfsprekend groeien deze dieren slecht en zijn ze gevoeliger voor luchtweginfecties. De verklaring voor het feit dat vooral de kittens klinische verschijnselen vertonen is omdat het immuunsysteem nog onvoldoende is ontwikkeld. Bij dieren die wel in staat zijn om weerstand op te bouwen, kan de infectie vanzelf verdwijnen. Echter wanneer de kat in een periode van minder weerstand zit door bijv. stress, zwangerschap, andere ziekte etc. etc. dan kan de giardia weer de kop opsteken.

Diagnostiek


Giardia wordt in de meeste gevallen niet als diagnose gesteld, omdat de cysten niet in de ontlasting zijn te vinden, tenzij er speciale kleuringstechnieken of diagnostische tests worden gebruikt. Soms kan men in verse diarree onder de microscoop nog bewegende parasieten vinden vlak voordat ze ingekapseld worden als cyste, maar de ze worden ook vaak afwisselend of in kleine hoeveelheden uitgescheiden en daardoor gemist. Het is daarom te adviseren om bij chronische diarree problemen in catteries, de ontlasting specifiek te laten onderzoeken in het laboratorium op Giardia. Bij voorkeur de ontlasting van meerdere dieren, zowel met als zonder diarree (mogelijke dragers), en afkomstig van drie opeenvolgende dagen.

Behandeling en preventie

Wanneer is aangetoond dat Giardia aanwezig is, is het beste advies om alle dieren te behandelen. Tegen de parasiet zijn metronidazol en fenbendazol werkzaam. Van metronidazol (Metrazol(r), Stomorgyl(r)) is bekend dat het soms neurologische bijwerkingen kan veroorzaken in hoge doseringen of bij langdurige behandeling en er wordt geadviseerd om het niet aan drachtige of zogende dieren te geven. Om Giardia te bestrijden is een behandeling van meer dan 5 dagen noodzakelijk. Fenbenzazol (Panacur Tabletten KH(r)) is een ontwormingsmiddel voor honden en katten waarvan ook werkzaamheid is aangetoond tegen Giardia. Er dient 5 dagen behandeld te worden, 5 dagen niet, 5 dagen wel, 5 dagen niet en weer 5 dagen wel in de geadviseerde dosering. Het geven van andere antibiotica is zelden noodzakelijk. Bovendien wordt het risico gelopen dat de normale bacterieflora in de darm ervan doodgaat, wat weer blijvende diarree tot gevolg heeft. Wanneer de lichamelijke toestand van het dier nog goed is kan een lichtverteerbaar dieet worden gegeven in kleine hoeveelheden verdeeld over de dag. Het meest eenvoudige is hiervoor een uitgebalanceerd hypoallergeen dieetvoer te gebruiken (bij de dierenarts verkrijgbaar) dat weinig vet en lactose bevat en een juist gehalte aan voedingsvezel. Naast behandeling van de dieren is het advies om veelvuldig de omgeving, voedselbakjes, ligbedjes, borstels en kattenbakken te reinigen en te desinfecteren. Nieuwe dieren of katten die terugkomen kunnen het beste in quarantaine blijven gedurende 6 weken. Tijdens deze periode kan dan enkele keren onderzoek van de ontlasting plaatsvinden. Eventueel kan er bij deze dieren standaard een behandeling tegen Giardia worden gegeven. Giardia-infecties worden momenteel beschouwd als de meest voorkomende parasitaire infectie van mens en dier. Het wordt beschouwd als besmettelijk voor de mens (vooral kinderen), waar het ook kan leiden tot diarreeklachten. Het in acht nemen van hygiëne is daarom ook belangrijk.

Besmetting

Het is bekend dat katten met een actieve besmetting van Giardia (dus diarree hebbende) andere katten, dieren of mensen via de ontlasting kunnen besmetten. Tot nu toe is het onbekend of een drager met een passieve besmetting (dus wel ooit besmet geweest, maar geen uiterlijke verschijnselen als diarree) op dat moment ook besmettelijk is voor andere katten, dieren of mensen.

Helaas blijkt keer op keer dat dierenartsen niet alert genoeg reageren op deze parasiet. Ze kennen alleen de cijfers uit de literatuur en denken vooralsnog dat het een zeldzame besmetting is. Niets blijkt minder waar helaas... Wanneer de dierenarts een kat met langdurige, hardnekkige diarree als patiënt ziet en deze kat is enige tijd daarvoor in een dichtbevolkte huisvesting zoals bijv. een cattery, asiel, particuliere opvang, vakantiepension enz. is geweest, of in aanraking is gekomen met een andere kat die ooit in een dergelijke opvang is geweest, dan moet de dierenarts toch echt serieus Giardia in overweging nemen. Het traject kan natuurlijk ook veel ingewikkelder zijn, aangezien een drager evt. een ander dier kan besmetten, dat vervolgens ook drager wordt en zo evt. de besmetting kan doorgeven zonder dat er in het nabije verleden van de kat met klachten sprake was van een dichtbevolkte huisvesting.

Bron : http://ifnass.com/bengaal/kittens/giardia.html

Terug naar boven

 

Tritrichomonas foetus infectie als oorzaak voor chronische diarree bij de kat.

 

Als een jonge kat lange tijd diarree heeft en er geen infectie met Giardia kan worden aangetoond, dan moet er gedacht worden aan een voedselallergie, een afwijkende darmflora (dysbacteriose) of aan een infectie met Tritrihomonas foetus.

Tortrichomonas foetus<>

Wat is T. foetus?


Tritrichomonas foetus is een eencellige flagellaat die tot de protozoaire infecties behoort. Tritrichomonas foetus overleeft buiten de kat 30 minuten in de omgeving en sterft dan.Ze vormen geen cystes zoals wel het geval is bij Giardia. Deze cystes zorgen ervoor dat de omgeving lange tijd besmettelijk blijft, wat dus niet het geval is bij Tritrichomonas.

Tritrichomonas foetus was vroeger vooral van belang in de veehouderij omdat het onvruchtbaarheid , abortus en baarmoederontsteking bij runderen kon veroorzaken. Door het invoeren van KI zien we infectie met Tritrichomonas foetus bij runderen nog maar zelden.

Wereldwijd is er steeds meer aandacht voor het voorkomen van de parasiet bij katten en de rol die hij speelt bij katten met chronische diarree. De rol die Tritrichomonas foetus kan spelen bij reproductiestoornissen bij de kat zoals onvruchtbaarheid en abortus is nog onduidelijk.

Hoe komt een kat aan Tritrichomonas foetus?


De oorsprong van Tritrichomonas foetus bij de kat is onbekend.
Tritrichomonas foetus wordt vooral gezien in populaties waar meerdere katten in een omgeving gehouden worden en waar een verhoogde infectiedruk aanwezig is, zoals asiels en catteries maar ook bij eigenaren thuis die meerdere katten in huis hebben. Katten besmetten elkaar door onderling contact maar ook via verse ontlasting. Er is geen bewijs dat besmetting optreedt via andere diersoorten of via voer en/of waterbakjes.

Wat zijn de klachten van Tritrichomonas foetus bij de kat?


Tritrichomonas foetus veroorzaakt met name een dikke darmontsteking (zogenaamde colitis) welke gepaard gaat met langdurige diarree. Vaak hebben de katten een verhoogde ontlastingsfrequentie. De ontlasting is brijig tot vloeibaar, met soms wat slijm en bloed erbij. Door het vele poepen kan de anus ontstoken en pijnlijk zijn. Opvallend is dat de katten niet ziek zijn en niet vermageren ondanks dat de diarree heftig kan zijn. Soms zijn er periodes dat de diarree minder is maar het spontaan verdwijnen van de infectie is nog nooit waargenomen.

Tritrichomonas foetus kan op alle leeftijden voorkomen maar we zien het vooral bij kittens en bij katten jonger dan 12 maanden, echter zelden boven de leeftijd van 2 jaar.

Hoe kan Tritrichomonas foetus gediagnostiseerd worden?

Er zijn een aantal manieren waarop de parasiet gevonden kan worden.

  • In zeer verse ontlasting kunnen de flagellaten onder de microscoop gezien worden, maar de parasiet kan verward worden met Giardia . Giardia is een protozo die vaker voorkomt bij de kat.
  • Met behulp van een swab in de anus kan materiaal verkregen worden wat onder de microscoop bekeken kan worden op het voorkomen van flagellaten.
  • Met behulp van een speciaal kweekmedium , de "in Pouch TF", kunnen de parasieten gekweekt worden waarna ze via microscopisch onderzoek zichtbaar kunnen worden
  • De meest gevoelige test is de PCR welke genetisch materiaal van de parasiet aantoont. Deze test kan met verse ontlasting maar ook met ingevroren ontlasting gedaan worden. Ook kan er op het "in Pouch TF"-kweekmedium een PCR test uitgevoerd worden.

Wat sturen we in voor onderzoek?


Uit een onderzoek waaraan we hebben meegewerkt komt naar voren dat de Tritrichomonas intermitterend uitgescheiden wordt. Soms zie je maar 1x in de 5 dagen dat er een aantoonbare infectie met Tritrichomonas aanwezig is. We laten daarom gedurende 5 dagen ontlasting opvangen en deze moet in de vriezer bewaard worden.
Op deze verzamelde ontlasting wordt een PCR test uitgevoerd. We sturen de ontlasting voor onderzoek naar het VMDC in Utrecht.

Wat is de behandeling voor katten met Tritrichomonas foetus infectie?


De parasiet is ongevoelig voor de meeste anti-protozoaire medicijnen zoals fenbendazol en metronidazol. Het gebruik van antibiotica heeft vaak wel enig effect op de ernst van de diarree maar het pakt niet het onderliggende probleem aan en de diarree komt later weer opzetten.

Een kat met tritrichomonas besmetting krijgt een behandeling met ronidazol, we geven er ook een brief bij met voorzorgsmaatregelen<>

Het enige middel dat effectief is is ronidazol, echter ronidazol is niet geregistreerd voor de kat en er moet daarom voorzichtig mee worden omgegaan vanwege de mogelijke bijwerkingen. Ronidazol kan bij de kat neurologische verschijnselen geven zoals epilepsie en spiertrillingen. Deze klachten verdwijnen zodra gestopt wordt met de behandeling

Als dosering 30 mg per kg lichaamsgewicht gedurende 14 dagen. .

Wat is de prognose voor katten met Tritrichomonas foetus?
Op de lange termijn is de prognose goed. Uiteindelijk zullen ze de infectie overwinnen alhoewel dit lang kan duren (gemiddeld negen maanden maar soms zelfs 2 jaar).

De meeste geïnfecteerde katten blijven nog maandenlang na het stoppen van de diarree kleine hoeveelheden Tritrichomonas uitscheiden.

Kan Tritrichomonas foetus ook mensen besmetten?
Het is niet bewezen maar wel aannemelijk dat Tritrichomonas foetus ook mensen kan infecteren, vooral mensen met een verminderde afweer lopen gevaar. Daarom is het belangrijk om de basis hygiëneregels in acht te nemen, denk daarbij aan handen wassen en de kattenbak en omgeving goed huishoudelijk schoon te maken..

Dit is tevens belangrijk om verspreiding van de infectie naar andere katten te voorkomen. Het is verstandig om de achterhand van een kat met diarree te wassen om zo te voorkomen dat de kat zich herbesmet en/of andere katten besmet.

bron : http://www.dierenkliniekwilhelminapark.nl/dierinfo/kat/tritrichomonas.html

terug naar boven

 

Niesziekte bij katten.


 

Inleiding

Niesziekte is de meest voorkomende infectie ziekte bij de kat. Het is een uiterst besmettelijke aandoening waar katten flink ziek van kunnen zijn.

Oorzaak

Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt. De belangrijkste zijn het calici virus, het rhinotracheitis virus en chlamydiae (een klein soort bacterie). De ziekte verschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte. Vaak is er spraken van een menginfectie met meerdere ziektekiemen.

Besmetting

De ziekte wordt verspreid door zieke katten. De belangrijkste manier van verspreiding is via aerosolen. Dit zijn kleine vochtdruppeltjes beladen met ziektekiemen die een besmette kat door te niezen de lucht inblaast. Deze druppels zijn zo klein dat ze lang (uren) in de lucht kunnen blijven hangen en over grote afstanden met de luchtstroom mee vervoerd kunnen worden. Vooral op plaatsen waar veel katten bij elkaar zitten in een kleine ruimte, zoals cattery's, asiels of dierenpensions kunnen epidemieën uitbreken. Hiernaast kan de ziekte ook worden overgedragen door besmette manden, kooien of via handen, kleding en ook schoeisel! van de mens.

Verschijnselen

De naam niesziekte is wat misleidend, want niet iedere kat met niesziekte niest ook. Niesziekte tast de slijmvliezen van de ogen en de luchtwegen aan. Besmette katten hebben ontstoken ogen, vieze neusuitvloeiing en soms blaren op de tong. Ze hebben koorts en laten hun eten en drinken staan en niezen of kwijlen vaak. Dieren die niet drinken kunnen binnen korte tijd levensbedreigend uitdrogen. Ook zijn de aangetaste slijmvliezen van de luchtwegen een vruchtbare voedingsbodem voor allerlei andere kiemen, die onder andere longontstekingen kunnen veroorzaken. Vooral jonge dieren kunnen heel ziek zijn van een niesziekte infectie. Hun afweerstelsel is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt. Toch is niesziekte in de meeste gevallen met een goede behandeling te genezen.

Behandeling

Zoals gezegd wordt niesziekte veroorzaakt door enkele virussen en soms ook door een chlamydia. Helaas bestaan er geen medicijnen om de niesziekte virussen mee te bestrijden, voor de chlamydia bestaan die er wel. Dit betekent dat de behandeling er vooral uit bestaat bijkomende infecties te onderdrukken, uitdroging te bestrijden en eventueel de patiënt dwangvoedering te geven.
In de praktijk betekent dit dat de patiënt antibiotica en indien nodig infuus krijgt, aangevuld met lichtverteerbaar en smakelijk dieet voer
.

Voorkomen

Voorkomen is beter dan genezen luidt een oud gezegde. Ook voor niesziekte gaat dit op. Het is goed mogelijk door inenten dieren te beschermen tegen niesziekte. Deze inentingen worden aan gezonde dieren gegeven om te voorkomen dat ze ziek worden, als ze ziek zijn moeten ze eerst genezen zijn voor een enting zin heeft. Er bestaan twee soorten entstof, de eerste en meest gebruikte is de inenting, waarbij de dieren met een spuitje onderhuids de entstof toegediend krijgen; de andere is de intranasale of druppel methode, waarbij de dieren de entstof in neus en ogen gedruppeld krijgen. Beide methodes zijn effectief, maar de druppelmethode heeft als voordeel dat er veel sneller weerstand wordt opgebouwd, wat voordelen heeft als er al niesziekte in de omgeving heerst. Belangrijk nadeel van de druppelmethode is de entreeactie, alle dieren gaan na de enting tijdelijk wat niesziekte verschijnselen vertonen, in een enkel geval zelfs dusdanig dat behandeling hiervoor noodzakelijk is.
Jonge katten kunnen vanaf negen weken leeftijd ingeënt worden voor niesziekte. Voor een goede bescherming is het raadzaam om deze enting binnen één maand te herhalen, hierna is een jaarlijkse herenting nodig. Dieren in een besmette omgeving, of dieren die vaak naar een cattery, pension, asiel of iets dergelijks gaan kunnen beter regelmatiger worden geënt.

Samenvatting

Niesziekte is bij de kat een veel voorkomende ziekte. Het is goed te behandelen, maar voorkomen door de dieren in te enten is beter. Mocht uw dier toch niesziekte verschijnselen vertonen bedenk dan dat hoe eerder een behandeling door uw dierenarts wordt ingesteld , des te groter de kans op genezing is.

terug naar boven

 

 

Toxoplasmose

Toxoplasmose is belangrijk voor katten en hun eigenaars om 4 redenen:


- het is één van de belangrijkste zoönotische aandoeningen bij mensen (zoönotisch wil zeggen dat de aandoening doorgegeven kan worden tussen mensen en dieren).


- de ziekte bij mensen treft vooral ongeboren op pasgeboren kinderen, welk een grote impact heeft op vrouwen - de grootste groep kattenliefhebbers.


- katten zijn de enige gastheer voor de ziekteverwekkende parasiet.


- katten kunnen klinisch ziek worden van de parasiet.


Toxoplasma Gondii is een complexe parasiet. De parasiet kan zich alleen vermenigvuldigen in de cel van een gastheer, en vernietigt daarbij de cel.

Alleen in het darmstelsel van de kat kan de parasiet zijn volledige levencyclus doorlopen en zich voortplanten via een seksuele cyclus. Er worden dan oöcysten gevormd die via de stoelgang worden uitgescheiden.
Zowat alle vissen, reptielen, vogels en zoogdieren kunnen als tussengastheer dienen.
De voornaamste besmettingshaard bij katten zijn vogeltjes, knaagdieren en reptielen of rauw of onvoldoende gekookt vlees welk besmet is met de cysten van de parasiet.
De ingekapselde (cyste) vorm van de parasiet komt het meest voor in spierweefsel van tussengastheren. Deze cysten blijven relatief inactief tot het spierweefsel door een vlees- of alleseter (mens) opgegeten wordt. In het maag- darmstelsel wordt de harde wand van de cyste afgebroken en komen bradyzoiten vrij, die op hun beurt omvormen tot tachyzoiten.

Alleen bij de kat worden sommige tachyzoiten seksueel actief en worden ze vruchtbare oöcysten. Andere tachyzoiten bij de kat en alle tachyzoiten bij de anderen verspreiden zich door het lichaam, vermenigvuldigen zich a-seksueel en worden uiteindelijk - door de ondertussen gevormde antistoffen - cysten.
De vruchtbare oöcysten worden uitgescheiden met de stoelgang van de kat, tot 10.000 per dag vlak na de besmetting. Katten scheiden gewoonlijk oöcysten uit tussen 5 en 14 dagen na de besmetting. Deze oöcysten worden op hun beurt (na 1 tot 2 dagen) sporocysten, en deze kunnen in warme, vochtige grond gemakkelijk 1 jaar overleven.

Tussengastheren worden meestal besmet door het opnemen van sporocysten. Koeien, varkens, schapen, vogels, knaagdieren, reptielen, enzovoort eten grassen, groenten en zaden van de besmette grond. Eens besmet reist de parasiet door het lichaam, vermenigvuldigt zich a-sexueel en uiteindelijk vormen zich cysten in het spierweefsel, de longen, hersenen, hart, enzoverder. Vlees- en alleseters kunnen zowel besmet worden door sporocysten (slecht gewassen groenten, door contact met besmette grond of contact met besmette kattenuitwerpselen). Bedenk wel dat besmetting via het verteringsstelsel geschiedt!) als door cysten (door het eten van besmet, onvoldoende of niet gekookt vlees).

Bij besmetting met Toxoplasma Gondii zijn ziekteverschijnselen eerder zeldzaam. Hierna zijn zowel mens als dier immuun. Zijn er toch symptomen, dan zijn deze vaag aangezien de parasiet zich door het hele lichaam kan verplaatsen en diverse organen kan aantasten. Alleen op klinische tekenen kan Toxoplasmose niet aangetoond worden. Er dient een bloedonderzoek te worden uitgevoerd. Bij een hoge concentratie aan afweerstoffen voor toxoplasmose kan een besmetting verondersteld worden. Een hoge titer kan echter ook wijzen op een vroegere infectie.
Aangezien de parasiet willekeurig toeslaat en cellen vernietigt, kan toxoplasma gondii ernstige gevolgen hebben en kunnen dieren eraan sterven, zeker als de parasiet schade aanricht in het zenuwstelsel.

Een (eerste) infectie met toxoplasmose kan wel gevaarlijk zijn voor een zwangere vrouw. De parasiet kan tot bij het ongeboren kind komen, en daar cellen vernietigen. Aangezien de foetus nog geen goed ontwikkeld afweersysteem heeft, kunnen de gevolgen ernstig zijn: mentale achterstand, ernstige oogafwijkingen tot blindheid, een waterhoofd, .... In ernstige gevallen kan de foetus sterven.
Vrouwen die reeds een infectie doorgemaakt hebben, hebben antistoffen. Dit aantal wordt geschat op 50%. Het risico om gedurende de zwangerschap een infectie op te lopen bedraagt naar schatting 0,5%. Bloedonderzoek kan bepalen hoe groot het risico is: als er geen antistoffen gevonden worden, dient dit tijdens de zwangerschap regelmatig gecontroleerd worden om een eventuele besmetting tijdig op te sporen. Volgens Prof. Foulon (gynaecoloog in het AZ VUB, een specialist in toxoplasmose) kan men met enkele preventieve maatregelen zeker twee derde van de gevallen van toxoplasmose bij pasgeborenen vermijden:
* het is niet nodig de kat op straat te zetten: katten lopen ook slechts 1 keer in hun leven toxoplasmose op en scheiden vervolgens gedurende een tweetal weken oöcysten uit. Aanstaande moeders moeten ten allen prijze vermijden in aanraking te komen met de uitwerpselen van de kat, aangezien de mogelijkheid bestaat dat de kat toch net besmet zou zijn. De kattenbak proper maken is dus een klus voor de niet-zwangere huisgenoten.
* rauwe groenten dienen gewassen te worden voor ze op tafel komen. Gewoon wassen volstaat. Nadien ook de handen wassen. De cysten spoelen makkelijk van de handen af.
* voor en na het manipuleren van rauw vlees eveneens de handen wassen. Het eten van rauw vlees vermijden. Cysten overleven niet bij temperaturen onder -20°C en boven 70°C.
* bij tuinieren dienen handschoenen gedragen te worden, na het tuinieren de handen wassen.

Toxoplasmose kan opnieuw uitbreken bij problemen met het immuniteitssysteem, zoals tijdens chemotherapie, orgaantransplantatie of AIDS.
België en Frankrijk zijn koplopers wat betreft onderzoek naar en het voorkomen van toxoplasmose bij pasgeborenen, terwijl de ziekte nauwelijks gekend is in b.v. de Verenigde Staten. Dit zou te wijten zijn aan het feit dat Belgen en Fransen behoorlijk wat rauw vlees eten, terwijl dit in de Verenigde Staten veel minder het geval is.

Terug naar boven

 


Kattenschimmel : Microsporum Canis


Wat is kattenschimmel?
Hoe krijg je het?
Hoe kom je er vanaf?
Hoe kan je het voorkomen?


Wat is kattenschimmel?

Kattenschimmel is een huidaandoening die wordt veroorzaakt
door de Microsporum Canis. De schimmelinfectie start in de
buitenste laag van de huid waar schimmeldraden zich
ontwikkelen uit schimmelsporen. De kattenschimmel is zowel
besmettelijk voor mensen en andere diersoorten. Bij de mens
wordt dit ringworm genoemd. Ook bij honden, paarden en koeien
kan deze schimmel optreden. Voor meer informatie over het
ontstaan verwijzen we naar de site kattenplaza. Of zoek in google
op het woord “microsporum canis”.


Hoe krijg je het?
Een nieuwe kat vanuit een (andere) Cattery.
Een poes die bij een andere Cattery ter dekking is geweest.
Een poes of kat die naar een show is geweest.
Een bezoeker die besmette kleding aan had.
Zelf een bezoek aan een manege, cattery, kennel, ....
Contact met besmette koeien, honden of mensen.
enzoverder......

Dit betekent dat er vele mogelijkheden zijn waardoor je
kattenschimmel kan krijgen. Hierdoor is het ook heel moeilijk
om de besmettingsbron te lokaliseren. Richt je vooral op de
bestrijding en daarna de preventie tegen de schimmel.


Hoe kom je er vanaf?
Wij willen je zeker niet ontmoedigen maar wel zo goed mogelijk
informeren. Het bestrijden van de kattenschimmel kost veel
energie en doorzettingsvermogen. Maar het volhouden loont.
Hiermee kan je de kans sterk verkleinen dat je de schimmel na
enige tijd weer terugkrijgt. Uit individuele gesprekken komt naar
voren dat het niet uitgesloten is dat de schimmel een 2e of een
3e maal de kop opsteekt. Daarom is het beter om de 1e keer de
behandeling zo optimaal mogelijk uit te voeren.
Wat je zelf kan doen is schoonmaken en nog eens schoonmaken.
Indien je het nog niet had, koop dan een stofzuiger met een HEPA
filter. Dit filter laat alleen maar deeltjes kleiner dan 1 micron
door. De schimmels en schimmelsporen zijn groter en zullen
daarom in het filter opgevangen worden. Hiermee wordt
voorkomen dat je de schimmelsporen verder het huis in
verspreidt. Alles wat je wegzuigt hoeft ook niet meer ontsmet of
gedood te worden.
Verklein het gebied waar de dieren (katten met schimmel) kunnen
komen. Hierdoor wordt de kans op verspreiding verkleind. Indien
mogelijk laat de dieren zoveel mogelijk in de buitenlucht komen,
zonder dat ze in aanraking met andere dieren komen. Buitenlucht
en zonlicht bestrijden de schimmel.
Het schoonmaken van de ruimtes met water en chloor. Indien je
een stoom apparaat hebt kan je met stoom ontsmetten.
Vloerbedekking, tapijt en andere bekleding kan met
Imaverol besproeid worden. Wanneer je verschillende
middelen wilt toepassen bij het schoonmaken, bedenk dan
dat de ontsmettende werking elkaar kunnen tegenwerken.
Dus na het schoonmaken met chloor niet direct daarna
met Imaverol aan de gang. Ook niet met een gewoon
schoonmaakmiddel na het chloor. Zorg dus dat er tijd
tussen zit.
Voor de uitwendige behandeling van de kat wordt door
de dierenarts vaak Imaverol voorgeschreven. De fabrikant
wijst erop dat het middel alleen bij de andere dieren zoals
honden, paarden en koeien gebruikt mag worden en juist
niet bij katten. De fabrikant van Imaverol is te vinden op
de website Janssen. Kies hierna voor Fungi Jungle. Toch
zal een dierenarts Imaverol voorschrijven omdat er geen
goed alternatief voor de uitwendige behandeling is. Het
is daarom belangrijk om de bijwerking voor de kat van
het Imaverol te voorkomen. Katten likken hun vacht
schoon en krijgen hierdoor de Imaverol naar binnen. Dit
kan schade toebrengen aan de kat. Om dit te beperken
kan de kat gesproeid of gewassen worden waarna de vacht
drooggewreven wordt met een badhanddoek. Dit
droogwrijven zorgt er ook voor de imaverol op de huid
komt. Veel katten vinden het wrijven en ingesloten in de
handdoek zitten rustgevend.
Voor de inwendige behandeling van de kat zijn een aantal
middelen (o.a. grisoral) beschikbaar. Al deze middelen
hebben bijwerkingen. Laat u adviseren door de dierenarts
wat het beste is. Maar twijfelt u of het middel juist is of te
veel kost vraag dit dan na bij een andere dierenarts. Uit
gesprekken hebben wij vernomen dat het behandelplan
per dierenarts kan verschillen.
In sommige gevallen wordt ook het middel Program
voorgeschreven. Wel wordt dan een grotere dosis
voorgeschreven dan normaal bij de bescherming tegen
vlooien wordt toegepast. Een 2x dosis is veel te laag.
Werkzaam wordt het pas bij 3 tot 5x de normale dosis.
Uit ervaring weten we dat het middel Program niet meer
die herstellende werking heeft die vermoed wordt.
Officieel is het middel alleen maar een antivlooien middel.
Onofficieel zou het een bescherming tegen schimmel
bieden. Zeker is dat Program geen bescherming tegen
schimmel voor de kittens biedt. Dit komt omdat de
werking van Program is gebaseerd op de opslag van dit
middel in de vetlaag van de huid. Een kitten moet de
vetlaag nog opbouwen. Tijdens de hele
behandelingsperiode kunnen plekken op de huid van de
beesten ook lokaal behandeld worden met zalf. Dit kan
goed met Daktarin, 1x per dag. Het middel Lamisil werkt
beter dan Daktarin en is verkrijgbaar bij de drogist. Dit
gebruik je minstens 1 week elke dag.
Er is sinds januari 2005 een nieuw inwendig middel op
de markt. Dit is Itrafungol en werkt zeer goed, ook voor
jonge kittens. Het is een veilig middel, wel kostbaar, maar
minder bewerkelijk dan alle andere geneesmiddelen. De
behandeling is een week lang elke dag een
hoeveelheid vloeistof in verhouding tot het gewicht van de
kat. De tweede week niet behandelen. De derde week weer
wel behandelen en de vierde week niet en de vijfde week
weer wel. Binnen zeer korte tijd zijn de plekken niet meer te
zien. Advies is de schimmeltest te doen na de 2e
behandelweek. Als de test dan positief is, is het verstandig
nog een 4e behandelweek te doen. Flesje kost +/- 50 Euro.
Dat is geschikt voor 1 kat van 4 kilo voor de hele behandeling.
Zijn de katten zwaarder dan kom je duurder uit. Zijn ze lichter
dan is het goedkoper.
Er wordt gezegd dat je niet meer hoeft te wassen maar het is
verstandig het wel te doen.
In veel beschrijvingen over de bestrijding van kattenschimmel
wordt ook gesproken over het uitroken van het huis. De
zogenaamde rookkaarsen zouden alleen in België
verkrijgbaar zijn. Dit hebben wij niet onderzocht. Het middel
Koudijs wordt in Nederland als alternatief gebruikt om de
woning uit te roken. Wees voorzichtig met vuur. Volg de
instructies van de fabrikant. Naderhand goed luchten is
absoluut nodig. De stank blijft enige dagen in huis hangen.
Na de hele behandelperiode wil je natuurlijk weten of de
katten schimmelvrij zijn. Dit kan alleen door de afname van
huidmateriaal bij de dierenarts voor een kweek van 3 weken
vastgesteld worden. Hoe langer het duurt voordat de uitslag
komt, hoe groter de kans dat de uitslag “schimmelvrij” komt.


Hoe kan je het voorkomen?
Totaal voorkomen is niet mogelijk. De drastische maatregel
om al je beesten weg te doen biedt zelfs die garantie niet. Er
zijn wel maatregelen te nemen om het risico te verkleinen.
Zorg dat het aantal dieren niet te groot wordt. Zorg dat de
dieren zo gezond mogelijk zijn. Beperk de mogelijkheden
tot contact met andere dieren. Laat de dieren zoveel mogelijk
buiten komen en zorg natuurlijk weer voor zo min mogelijk
contact met anderen. En blijf de hygiëne maatregelen
toepassen. Heb je een Cattery of ben je werkzaam in
dierenopvang, asiel of pension dan weet je dat met een groot
aantal dieren bij elkaar een vergroting van de kans op een
besmetting bestaat. Inmiddels is er een apparaat op de markt
dat het aantal bacteriën, virussen en schimmels in de lucht
sterk doet afnemen. Zoals dat zo mooi wordt gezegd, het
verlaagt de bacterie-, virus- en schimmeldruk. Het neemt niet
het totale aantal micro organismen weg maar verlaagt de
aantallen naar een niveau dat de kans op een infectie door de
lucht heel klein wordt.
Contactbesmetting kan ook gereduceerd worden door de
juiste materiaal keuze van kussens, kleedjes en
kattenbakvulling. Zoals eerder gezegd: helemaal voorkomen
kan je niet. Wanneer je de supermarkt binnenloopt weet je
nooit of bijvoorbeeld een veehouder voor je loopt die een
aantal koeien met schimmel heeft. Wanneer je de dierenarts
bezoekt weet je ook niet welk dier met welke besmetting
voor jou is geweest. Natuurlijk neemt een dierenarts
maatregelen, maar 100% zekerheid kan niet gegeven worden.
Heb je aanvullende vragen of aanvullende informatie die deze
beschrijving kunnen verbeteren stuur dan een E-mail
(informatie@specialcats.nl) naar Special Cattery Services of
bel +31 06 4542 8541

Terug naar boven

Zwemmertje.

Ook wel genoemd “Froglegs” of “Kikkerpootjes”, is een verschijnsel dat wel eens bij een kitten van een paar weken oud optreedt en waar men vaak eigenlijk geen raad mee weet. De achterpoten van zo'n zwemmertje wijken uiteen en daardoor zijn ze nauwelijks in staat zich door het nest te bewegen, ze slepen zich maar een beetje voort met behulp van de voorpoten.

Komt het bij een bepaald ras voor?

NEEN. Het komt voor bij Perzen, Somali's, Abessijnen, Britten, enz.

Is het erfelijk?

NEEN. er bestaat bij katten en honden (nl. bij puppy's komt het ook voor) zelfs geen ‘officiële' naam voor.

Bij biggetjes ziet men ook iets dergelijks en daar heet het ‘myofibrilar hypoplasie syndrome'. Ook bij schapen komt dit fenomeen voor en daar worden de poten ‘getaped' net als bij het katje op de foto's.

Volgens een Canadese Dierenarts - gespecialiseerd in katten - is de oorzaak onbekend, maar er wordt verondersteld dat een virale infectie voor de geboorte een soort spierdystrofie (spierzwakte) veroorzaakt.

Andere dierenartsen wijten de kwaal aan een vitamine (E?) gebrek, aan problemen met het opnemen van bepaalde componenten in hun voeding (voornamelijk) calcium e.d.

Sommige dierenartsen zeggen dat iets extra's niet nodig is, anderen dan weer bevelen Vitamine E, Kalk of extra voeding, bijv. KMR aan. De Canadese Dr. Suzan,, zegt dat de conditie vanzelf verbetert ook zonder een speciale behandeling. Over het algemeen in haar onderzoek zijn de kittens na de aanvankelijke problemen zich normaal gaan voortbewegen.

 

Behalve dan die kittens die men moest ‘laten inslapen' van de Dierenarts omdat er ‘toch niets aan te doen is!'

Een Somali / Abessijnen Foktster, Christa Josemans, schreef:

De dierenarts die een kitten voor zoiets laat inslapen ?“Daar wil ik wel eens een stevig robbertje mee vechten, tijd dat hij of zij maar eens naar een opfris cursus toegaat.”

 

Wat kun je er aan doen?

Een echte behandelings-methode is er niet, maar het ‘tapen' van de achterpootjes

heeft een gunstige invloed en werkt ook mee aan het voorkomen van een plat borstkastje, wat bij zwemmertjes ook wel eens voor wil komen.

Het intapen is wel vaak lastig omdat de tape geregeld moet worden vervangen, terwijl de vacht en de huid van de pootjes aan de tape blijven kleven.

Een gaas-brace beschermt de huid van de pootjes.

Om het intapen met de kleverige tape te vermijden, kan je uit rekbaar gaas en een beetje tape een brace maken om de pootjes in de goede positie te brengen

Je kan op de foto merken dat met het braceje het kitten onmiddellijk steun probeert te zoeken op de achterpootjes, eerst duwt het zich met beide achterpootjes gelijk vooruit, daarna met de pootjes alternerend, waardoor het vanaf het plaatsen van de brace zijn achterpootjes continu oefende waardoor de spiertjes snel aansterkten.

(Je kan de brace gemakkelijk weer van de pootjes afschuiven om hem te wassen, of te vervangen.)

Ook een goede tip is : het kitten laten lopen op een antislipmat, de pootjes hebben hier een goede grip op waardoor de achterpootjes niet zo makkelijk wegglijden. (Tip afkomstig van Roelie Meijering, Cattery Yefpraksiya)

Aanvullende kinéoefeningen versterken de spiertjes van de achterpoten.

Laat het kitten regelmatig duwen op je hand met de voetjes in de goede positie.

 

Eén weekje later huppelde het kitten vrolijk zonder brace met de anderen mee.

 

Bronnen : Breedclub

Foto's kiné en brace : Cattery Terenshof.

Samenstelling : Inge Muyldermans

 

Terug naar boven

 

PKD : Polycysteuze nierziekte.

 

Inleiding.

Polycysteuze nierziekte (PKD) is een ziekte waarbij zich een groot aantal met vloeistof gevulde cysten vormen in de nieren van de kat. Deze cystes zijn aanwezig vanaf de geboorte, ze beginnen daar heel klein om daarna geleidelijk in omvang toe te nemen totdat ze uiteindelijk zo groot zijn als de nieren zelf en daardoor nierfalen veroorzaken.

PKD is een erfelijke aandoening die we vooral zien bij perzen en exoten, doch het komt ook bij andere rassen voor. De meeste fokkers van Perzen zijn zich bewust van dit potentiële probleem voor hun katten en laten hun katten dan ook testen op PKD voordat ze een nestje mogen hebben.

Wat is polycysteuze nierziekte?

AD-PKD (Autosomaal dominante polycysteuze nierziekte) is een erfelijke aandoening die ervoor zorgt dat meerdere cysten (= zakjes gevuld met vloeistof) zich vormen in de nieren. Deze cystes zijn aanwezig vanaf de geboorte. Ze beginnen heel klein, maar ze groeien met de tijd en kunnen uiteindelijk een ernstige verstoring van de nieren veroorzaken, in het ernstigste geval treedt er nierfalen op. (dwz dat de nieren niet meer kunnen functioneren) De cysten groeien meestal heel langzaam, waardoor de ziekte vaak pas op zeven

of achtjarige leeftijd wordt opgemerkt. Bij sommige katjes kan het zeer vroeg optreden, en in dat geval is de levensverwachting zeer moeilijk in te schatten, omdat het dan meestal gaat over zeer snel groeiende cysten.

Hoe vaak komt PKD bij katten?

Helaas komt AD-PKD inmiddels heel vaak voor bij sommige kattenrassen.

Perzen en Exoten hebben de hoogste incidentie van PKD-problemen en studies over de hele wereld hebben aangetoond dat ongeveer één op de drie katten uit deze rassen door de ziekte getroffen wordt. Het recent “pre-breeding testen” (testen voor er met de kat wordt gefokt) door Perzen- en exotische korthaar fokkers zorgt ervoor dat het erfelijk doorgeven van PKD bij het fokken daalt, maar het blijft nog steeds een veelvoorkomend probleem bij deze rassen. Andere kattenrassen die ontwikkeld zijn met behulp van Perzische bloedlijnen, en rassen die toestemming hebben gegeven om uitkruising met Perzische katten te doen (bijv. Britse Kortharen) hebben een percentage van deze ziekte meegeërfd. Bij rassen die niets met de voorgenoemde rassen te maken hebben komt PKD uiterst zelden voor.

Hoe kan ik weten of mijn kat PKD heeft ?

Testen voor AD-PKD kan op twee manieren. Een gen-test is beschikbaar die een getrouw beeld geeft van alle katten met het abnormale gen. Deze test kan worden uitgevoerd op een bloedmonster, of op een swapje van het mondvocht.

De ziekte kan ook worden geïdentificeerd door een echo van de nieren. Doch dit vergt een ervaren gespecialiseerde arts, om correct onderzoek te doen. In een gevorderd stadium van de ziekte zijn de cysten groot makkelijk zichtbaar op de echo, en is de diagnose eenvoudig, doch het kan soms erg moeilijk zijn om de kleine cysten bij jonge katten (dat wil zeggen voor de fokklare leeftijd), te zien op een echo. Tevens voor een PKD echo moet de kat minstens 10 maanden oud zijn.

Om deze reden verkiezen fokkers Tegenwoordig om een gen test te laten doen.

Waarom is PKD inmiddels zo vaak voorkomend?

PKD ontstaat meestal pas later in het kattenleven, waardoor de katten meestal al een aantal nestjes hebben geproduceerd voor ze zelf ziek worden.

Kan PKD worden genezen?

Helaas is er geen behandeling beschikbaar die de ontwikkeling van nierfalen bij een kat die PKD heeft zal voorkomen. De cystes zijn aanwezig vanaf de geboorte en kunnen niet worden verwijderd, noch kan worden voorkomen dat ze groeien. Zodra nierfalen daadwerkelijk is ontstaan, kan men alleen ondersteunende medicatie geven om het leven van de kat zo comfortabel mogelijk te maken.

Sterven alle katten met PKD van nierfalen?

Dit is sterk afhankelijk van het aantal cystes, de grootte, en de snelheid waarmee ze groeien.Sommige zeer traag groeiende cystes geven pas problemen wanneer de kat al wat ouder is. In dat geval kan het dat de kat overlijdt aan een andere aandoening dan de PKD, vor de PKD problemen veroorzaakt.

Wat kan men doen om PKD in te dijken en op termijn eventueel zelfs te laten verdwijnen?

Wanneer men systematisch zijn katten laat testen op PKD voor de fok, en men registreert dat, kan men onmiddellijk de niet geschikte fokdieren opsporen. wanneer daar niet mee gefokt wordt, en men alleen met PKD negatieve katten fokt, zou dit op termijn moeten lukken.

In Engeland bestaat hiervoor een database. (FAB PKD negative register) De negatieve katten worden geregistreerd, en de fokkers kunnen in dit bestand hun poezen en dekkaters zoeken/registreren.

Dit informatieblad is geproduceerd door de Feline Advisory Bureau

Bijgewerkt november 2008

FAB, Taeselbury, High Street, Tisbury, Wiltshire, UK,

FABCATS

Vertaling : Inge Muyldermans.

 

Terug naar boven